Betekenissen
iemand die een winkel of andere gelegendheid draaiende en open houdt
Herkomst van het woord
Naamwoord van handeling van uitbaten met het achtervoegsel -er
Gebruikt in een zin
“De uitbater van het café zorgt voor de inkoop en verkoop van dranken en dat het café schoon blijft.”
“De uitbater van een winkel is vaak ook de eigenaar van de zaak.”
“Het is een hart onder de riem in een moeilijke periode, ervaren ze. Anwar en Jolanda Abdellaziz, die moeten stoppen als uitbaters van leescafé De Meridiaan in de bibliotheek, zijn bedolven onder steunbetuigingen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Zaakvoerder”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
U_______