Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V__________
Betekenissen
enkelvoud verleden tijd van vaccineren
Gebruikt in een zin
“Ik vaccineerde.”
“Jij vaccineerde.”
“Hij, zij, het vaccineerde.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor vaccineerde.