Betekenissen
Met een boot gaan of zich over water verplaatsen.
Herkomst van het woord
erfwoord, via Middelnederlands varen van Oudnederlands faran, in de betekenis van ‘over water gaan (in of van een vaartuig)’ voor het eerst aangetroffen in 901
Gebruikt in een zin
“Het schip vaart de haven uit.”
“'Door dat mens van Jans varen er tegenwoordig niet veel dames meer mee, en dat is maar goed ook,' had Nella's vader ooit opgemerkt.”
“Hij voer ten hemel.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Met boot reizen”5 letters
02“Met boot gaan”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V____