Betekenissen
nieuw, net gemaakt, recent
Herkomst van het woord
(bijvoeglijk naamwoord) erfwoord van Oudnederlands frisk, Protogermaans *friska-. Doublet met fris. In de betekenis van ‘fris, nieuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
Gebruikt in een zin
“Deze krant is vers van de pers.”
“Jouw zaad zou buiten de baarmoeder in mijn vers geoogste eitjes worden geïnjecteerd en vervolgens zou het medisch team deze mix op kweek zetten.”
“Het voelde goed om een vers pad in de sneeuw te kunnen maken.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Net gemaakt”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V___