Betekenissen
iemand met wie men op voet van oorlog leeft
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands viant van Oudnederlands fiunt, in de betekenis van ‘persoon die een ander haat’ voor het eerst aangetroffen in 901; eigenlijk het tegenwoordig deelwoord van een werkwoord dat verwant is met Gotisch 𐍆𐌹𐌾𐌰𐌽 (fijan) "haten"
Gebruikt in een zin
“Een gezamenlijke vijand schept een band.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Niet bevriend”6 letters
02“Tegenpartij”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V_____