Betekenissen
Ziekteverwekker die zich in levende cellen vermenigvuldigt; ook schadelijke software.
Herkomst van het woord
van Latijn virus, in de betekenis van ‘ziekteverwekker’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Gebruikt in een zin
“Hij heeft een virus te pakken gekregen.”
“Het virus op mijn computer dat mijn systeem steeds doet crashen heet Windows-98”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Digitale plaag”5 letters
02“Pc-besmetter”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V____