Betekenissen
Voorzetsel of bijwoord dat plaats, tijd, doel, voordeel of bestemming aangeeft.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Gebruikt in een zin
“Er hangen wolken voor de zon.”
“Bob hangt iedere avond uren voor de televisie.”
“Piet parkeert zijn auto voor de winkel.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Ten gunste van”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V___