Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
W_____
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘niet vast’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Gebruikt in een zin
“Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat.”
“Ik wankel.”
“Wankel je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor wankel.