Betekenissen
Afkorting of spreektaalvorm voor de eerste dag van het weekeinde.
Gebruikt in een zin
“Hij was volkomen zat en begon handtastelijk te worden.”
“Ik ben het zat!”
“Er zijn mensen zat die daar niet van houden.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Weekenddag”3 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
Z__