Betekenissen
Houten pin waarmee een opening wordt afgesloten.
Herkomst van het woord
[1] [2] Leenwoord uit Middelhoogduits zwic “nagel”, “plug” (= Duits Zwecke “nagel, houten pin”). In de oudere spelling swick, in de betekenis van “houten pin” (in een vat, waarmee vloeistof uit het gat getapt kan worden) voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573.
Gebruikt in een zin
“Nou goelicke Giertje, ick selt so louter as een held // klaren. Swick. Giertje: Swack, een half bier in iou sack.”
“Tis noch niet langh e leen dat Dirredomdeyne van een leelicke Vryer een moye Keurs kreegh, Om dat sy heur oxhooft tot sijn swickje wat e lient hadt”
“Men is ten onzent graag bereid een puik harmonie-orkest of zelfs een zwik buitenlandse blazers te engageren, maar de hoge kosten daarvoor worden deels gedekt door de drankopbrengst.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Houten stop”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
Z___