Betekenissen
een geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘geneesheer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1586
Gebruikt in een zin
“Ga morgen even bij de arts langs.”
“Zij werkt als arts in het ziekenhuis.”
“Uitvoerig sprak hij over zijn plannen om ooit arts te worden, maar nu was hij nog vooral de ultieme vrije hippie die alle hoeken van de wereld wilde verkennen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Medische vakman”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A___