Betekenissen
een arts, een geneesheer
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘arts’ voor het eerst aangetroffen in 1576
Gebruikt in een zin
“De zieke man werd door de dokter beter gemaakt”
“De dokter zegt dat haar geest net een honingraat is, cel na cel die kapotgaat en weer hersteld wordt.”
“'Hier word ik bang van, Jochem. Ik ga vragen of ze de dokter willen roepen.' Jochem wilde haar geruststellen, maar miste hiervoor de overredingskracht.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Geneesheer”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
D_____