Betekenissen
iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘iemand die beroepsmatig brood e.d. bakt’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Gebruikt in een zin
“Een bakker moet vroeg opstaan om 's-morgens vers brood te kunnen verkopen.”
“Sinds 'Heel Holland bakt' denkt iedereen een bakker te zijn.”
“Loop jij even naar de bakker voor een vers brood.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Broodvakman”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B_____