Betekenissen
persoon die een voertuig bestuurt
Herkomst van het woord
Van de stam van besturen met het achtervoegsel -der.
Gebruikt in een zin
“De bestuurder verloor de macht over het stuur en raakte van de weg.”
“, hij is gewond, de bestuurder is doorgereden, we zijn op weg naar het H- ziekenhuis.”
“De politie heeft de bestuurder van de hijskraan verhoord. Uit een eerste onderzoek is gebleken dat de man niet had gedronken.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Autochauffeur”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B_________