Betekenissen
mennerszitplaats bij een rijtuig, plaats waar de machinist zit in een trein of tram
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands boc van Oudnederlands buk, in de betekenis van ‘mannetje van de geit’ voor het eerst aangetroffen in 901
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Zitplek op koets”3 letters
02“Koetszit”3 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B__