Betekenissen
Kansspel of riskante inschatting met onzekere uitkomst.
Herkomst van het woord
[1], [2]: via Bargoens en Jiddisch (zchok) “plezier, spel” van Hebreeuws צְחוֹק zn (tschok) "gelach, plezier", in de betekenis van “(kans)spel”, aangetroffen begin 20e eeuw (zie vindplaats hieronder)
Gebruikt in een zin
“Het Gok-spel op de Wandelpier. Er wordt zwaar gegokt op de wandelpier, Riep een Kam er groepje met heel veel getier”
“Maar Jan Voetlicht verklaarde, ondanks het gevaar waarin de jongens verkeerden, dat alles moest wijken voor de chaske, den gok en den bik.”
“Maar zoo heeft Lange Willem het ook weer niet bedoeld. Als ze allemaal meedoen, dan zal hij niet mankeeren. Zoo is Lange Willem niet! Het blijft alleenig een gok, as je dat maar weet.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“weddenschap”3 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
G__