Betekenissen
Rubus, zwarte vrucht van de braamstruik
Herkomst van het woord
[1], [2]: erfwoord via Middelnederlands brame van Oudnederlands brama, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1240 en al in de 11e eeuw als (deel van) plaatsnamen
Gebruikt in een zin
“Bramen zijn zwart van kleur, braambozen zijn zoeter en roder.”
“Hij heeft de wedstrijd verloren omdat er een braam op zijn schaats zat.”
“Ik braam.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Zwarte bosvrucht”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B____