Betekenissen
hondenras, klein, met lang lijf en korte poten, die speciaal gefokt wordt voor de jacht op dassen
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1810
Gebruikt in een zin
“Hij heeft thuis een dashond.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Teckel”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
D______