Betekenissen
een mannelijke huwelijkspartner
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘man met wie iemand getrouwd is’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1631
Gebruikt in een zin
“De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis.”
“En opeens was er ook geen echtgenoot.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Huwelijksman”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
E_________