Betekenissen
iemand die iets in eigendom heeft
Herkomst van het woord
naamwoord van handeling van eigenen ww met het achtervoegsel -aar, in de betekenis van ‘iemand die iets in eigendom heeft’ aangetroffen vanaf 1508
Gebruikt in een zin
“Hij is de eigenaar van zijn eigen huis.”
“Met handen en voeten legt hij uit dat de snor de eigenaar van ons hotel in Corleone is die hem hier afzet, zodat Vincenzo na de lunch met ons kan meelopen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Bezittende partij”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
E_______