Betekenissen
metgezel, gelijke of iemand die van iets geniet
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘deelgenoot, makker’ voor het eerst aangetroffen in 776
Gebruikt in een zin
“Ik genoot.”
“Jij genoot.”
“Hij, zij, het genoot.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Metgezel”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
G_____