Betekenissen
Iemand die meegaat op reis of bij een activiteit.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘reisgenoot’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Gebruikt in een zin
“Zijn metgezel wist hem voor een ongeluk te behoeden.”
“Maar in elk geval krijg je mij als metgezel mee op je verdere tocht. Je kunt mij nodig hebben.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Reisgenoot”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
M_______