Betekenissen
een geslacht Ulmus van loofbomen, met veernervige bladeren en een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘loofboom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Gebruikt in een zin
“De Hollandse iep gedijt goed in de zeelucht van de kuststreken.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Stadsboom”3 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
I__