Betekenissen
iemand wiens taak het is inspecties uit te voeren
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opziener’ voor het eerst aangetroffen in 1688
Gebruikt in een zin
“Hij is inspecteur in de bouw.”
“Ik probeer vooral niet over te komen als een inspecteur van de Griekse Keuringsdienst, maar acteer een dolenthousiaste Nederlandse gastrofiel met een voorliefde voor de Griekse keuken.”
“De inspecteur komt naar me toe, steekt zijn hand uit en noemt zijn naam, Roland Huret, en inmiddels herken ik hem ook weer.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Toezichter”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
I_________