Betekenissen
een kerkelijk, meestal verhoogd, meubelstuk waarvanaf de voorganger in de dienst zijn preek uitspreekt
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘preekstoel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Gebruikt in een zin
“De kerkgangers werden vanaf de kansel door de predikant toegesproken.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Spreekplek in kerk”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K_____