Betekenissen
Iemand die meereist met een voertuig.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reiziger’ voor het eerst aangetroffen in 1547
Gebruikt in een zin
“Ik passagier.”
“Passagier!”
“Passagier je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Reiziger”9 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P________