Betekenissen
iemand die bezig is een reis te maken
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘die reist’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Gebruikt in een zin
“De reizigers waren gestrand doordat het noodweer het luchtverkeer tot een chaos gemaakt had.”
“Een reeds lang geleden gesloten hotel met een verschoten lichtbak die de reiziger een zwembad en kamer met tv belooft.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Onderweg persoon”8 letters
02“Passagier”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
R_______