Betekenissen
door God gezonden onheil, ramp
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Latijn plaga “slag”, “wond”, in de (christelijke) betekenis van ‘(door God gezonden) onheil’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Gebruikt in een zin
“Een dier dat in zijn land van herkomst een normaal deel van de natuur is, kan best ergens anders een plaag veroorzaken, zoals in Australië met de konijnen gebeurd is.”
“Ik plaag.”
“Plaag je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Hardnekkige last”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P____