Betekenissen
Vermogen om te spreken of taal mondeling te uiten.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘het vermogen te spreken’ voor het eerst aangetroffen in 901
Gebruikt in een zin
“Bij hersenletsel kan de spraak nadelig beïnvloed worden.”
“Hopelijk kon ik nog wel wat zien, anders was ik behalve mijn spraak ook nog mijn zicht kwijt.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Taaluiting”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
S_____