Betekenissen
iemand die goederen of diensten verkoopt
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘iem. die waren verkoopt’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Gebruikt in een zin
“Hij werkt als verkoper in die winkel.”
“Ik verkoper.”
“Verkoper!”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“In de winkel”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
V_______