Betekenissen
benaming voor zoogdieren uit de familie Suidae, waarvan de mannetjes slagtanden hebben
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands swijn van Oudnederlands swin, in de betekenis van ‘hoefdier’ als deel van een plaatsnaam aangetroffen vanaf de 10e eeuw
Gebruikt in een zin
“Een geschoten zwijn roosterde je in zijn geheel aan een draaiend spit.”
“Ik zwijn.”
“Zwijn je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Wild varken”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
Z____