Betekenissen
de plaatsvervanger van de kasteelheer in het beheer van het kasteel
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘caféhouder’ voor het eerst aangetroffen in 1733
Gebruikt in een zin
“Coenraad Cuser, in 1400 kastelein van Teylingen en raad van hertog Albrecht, wordt nog voor het laatst vermeld in 1405.”
“De kastelein goot mijn glas opnieuw vol.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Cafébaas”9 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K________